13. Oproepovereenkomst

  1. Van een oproepovereenkomst is sprake indien het aantal uren waarop werknemer c.q. de oproepkracht werkzaam is, niet is vastgelegd en ook geen minimum aantal te werken uren is overeengekomen.
  2. Bij een oproepcontract is de oproepkracht niet verplicht aan de oproep gehoor te geven. De werkgever is niet verplicht om werk aan te bieden.
  3. Per oproep garandeert de werkgever de oproepkracht tenminste drie aaneengesloten arbeidsuren. Als een oproepdienst korter is dan 3 uur, heeft de oproepkracht recht op salaris voor 3 uur.
  4. Voor oproepovereenkomsten voor bepaalde tijd geldt tot uiterlijk 1 juli 2016:
    1. Na 5 tijdelijke arbeidsovereenkomsten, waarbij elk interval tussen de elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten niet meer dan drie maanden is, gedurende een periode van 60 maanden, is het zesde contract automatisch een vaste aanstelling.
    2. Als tijdens het tweede of volgende contract de duur van 60 maanden wordt overschreden, verandert het tijdelijk contract op dat moment in een contract voor onbepaalde tijd. Elk interval tussen de elkaar opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten moet in dat geval niet meer dan drie maanden zijn.
  5. In afwijking van het bepaalde in artikel 628 boek 7 BW heeft werknemer geen recht op het naar tijdruimte vastgestelde salaris indien werknemer de overeengekomen werkzaamheden niet heeft verricht. De Wet Loonbetaling bij ziekte blijft onverminderd van kracht.
  6. In afwijking van lid 3 geldt dat bestaande oproepovereenkomsten waarin het minimaal gegarandeerde aantal aaneengesloten arbeidsuren meer dan 3 bedraagt na inwerkingtreding van de CAO maximaal 3 jaar van kracht blijven.
  7. Na 1 juli 2016 is voor het sluiten van oproepovereenkomsten de Wet Werk en Zekerheid (http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/wet-werk-en-zekerheid) van toepassing.
2015-02-24T16:25:53+00:00