27. Functieniveaus en salarisgebouw

Functiegebouw

  1. De werkgever deelt de werknemer in op grond van de door hem uitgeoefende functie in één van de functieniveaus volgens de functie-indeling van deze cao en de daarbij passende arbeidsvoorwaarden (zie bijlage 7 van deze cao).
    1. De werkgever bepaalt welke beschrijving uit het functiegebouw (te weten functie-inhoud, kennis en kunde, complexiteit, analytisch vermogen/beleidsdenken, zelfstandigheid, afbreukrisico, leidinggeven, contactvaardigheden, fysieke belasting en onregelmatigheid) het meest overeenkomt met de door de betrokken werknemer te verrichten taken en te dragen verantwoordelijkheden. Dit leidt tot een indeling in een bepaald functieniveau.
    2. Functiebenaming in de cao en de binnen de eigen onderneming gebruikte functiebenaming kunnen van elkaar afwijken. De functiebeschrijving is bepalend voor het toe te kennen niveau, niet de functiebenaming.
  2. Indien de functie van de werknemer een combinatie vormt van twee of zelfs meer in het functiegebouw beschreven functies, is er sprake van een combinatiefunctie. Indien sprake is van een combinatie van functies ontvangt de werknemer een arbeidsovereenkomst, waarin elk van de functies, de omvang en de salarisschaal daarvan afzonderlijk naar evenredigheid in percentages wordt aangegeven. Indien in geval van een combinatie van functies één van de functies meer dan 80% van de totale functieomvang beslaat, kan worden volstaan met indeling in deze functie.
  3. De werknemer die het niet eens is met zijn individuele functie-indeling kan met de in deze cao vastgestelde Bezwaar en beroep functie-indeling (bijlage 8) bezwaar aantekenen bij de werkgever.

Salarisschalen

  1. Bij elk functieniveau behoort een salarisschaal gebaseerd op functiejaren. De schalen zijn opgenomen in bijlage 9 van deze cao. De schalen vormen samen het salarisgebouw. De werknemer wordt beloond volgens het salarisgebouw.
  2. Het salarisgebouw bestaat uit twee keer 8 salarisschalen i.v.m. de mogelijkheid jaarlijks of driejaarlijks periodieken toe te kennen. Elke salarisschaal kent een minimum- en een maximum salarisbedrag. Elke salarisschaal bevat een aantal treden, met corresponderende salarisbedragen. Het verschil tussen twee treden is een periodiek. De salarisschalen 1 en 2 kennen drie wachtperiodieken van ieder 1 jaar.

Periodieken

  1. Werknemers hebben recht op een periodieke salarisverhoging. De werkgever heeft de keuze uit een jaarlijkse periodieke verhoging van 2% of een periodieke verhoging van 6% per drie jaar (zie salaristabel). De keuze geldt voor alle werknemers van de werkgever. Verandering van de systematiek (jaarlijks of driejaarlijks) kan alleen met instemming van de OR/PVT.
    In het salarisgebouw zijn de schalen met de jaarlijkse en de driejaarlijkse periodieken separaat opgenomen (bijlage 9).
    De periodieke verhoging wordt toegekend op 1 januari of op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer in dienst trad of op de eerste dag van de kalendermaand waarin de werknemer werd bevorderd naar een hogere functie. In de individuele arbeidsovereenkomst wordt vermeld welke van deze mogelijkheden van toepassing is.
    Bij aantoonbaar onvoldoende functioneren kan werkgever aan de hand van een beoordeling besluiten een periodieke verhoging niet toe te kennen. Dit besluit wordt de werknemer schriftelijk meegedeeld. Voorwaarde daarbij is dat de werkgever beschikt over een beoordelingssysteem waarmee de OR/PVT heeft ingestemd. Een bezwaarprocedure dient onderdeel te zijn van het beoordelingssysteem.
  2. Uiterlijk 6 maanden nadat per brief schriftelijk de negatieve beoordeling is medegedeeld, heeft werknemer recht op een nieuwe beoordeling.
    Indien in een nieuwe beoordeling blijkt dat de werknemer inmiddels voldoende functioneert, wordt vanaf het moment van de tweede beoordeling de periodiek toegekend.

Salarisbetaling

  1. Werknemer dient uiterlijk twee dagen voor het einde van de maand over zijn feitelijk salaris te kunnen beschikken. Werknemer dient uiterlijk in de maand, volgend op het ontstaan van een aanspraak op een incidentele toeslag over deze toeslag te kunnen beschikken. De gewerkte uren van oproepkrachten en oproepkrachten met een contract zoals beschreven in artikel 12 van deze cao, worden in de maand daarop volgend, binnen twee weken, uitbetaald.
  2. Bestaande regelingen ten aanzien van uitbetaling aan werknemers met een min-max contract worden gerespecteerd. Met instemming van de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of een algemene personeelsvergadering kan daarvan worden afgeweken ten gunste van de uitbetalingswijze zoals hiervoor beschreven.
  3. Wijzigingen van het salaris ten gevolge van veranderingen in de omvang van het dienstverband en/of andere wijzigingen in de arbeidsovereenkomst gaan in op de dag, waarop de veranderingen plaatsvinden.
  4. Maandelijks ontvangt werknemer een specificatie. Na elk kalenderjaar ontvangt werknemer een jaaropgave van het door hem genoten feitelijk salaris waarin tevens is aangegeven welke bedragen zijn ingehouden aan loonbelasting, premies sociale verzekeringswetten (en aan pensioenpremies).
  5. Directeuren van leden van de WNPF vallen niet onder deze cao. Richtlijnen inzake beloning van directeuren zijn opgenomen in bijlage 10.
  6. Geen salaris is verschuldigd over de tijd gedurende welke werknemer in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn werkzaamheden te verrichten. Indien dit leidt tot inhouding van het salaris wordt dit werknemer vooraf schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld.
2015-02-24T16:42:55+00:00