36. Vakantie

  1. Het vakantiejaar loopt gelijk op met het kalenderjaar.
  2. Werknemer verwerft over ieder jaar waarin hij werkzaam is aanspraak op doorbetaalde vakantie van 190 uur bij een voltijds dienstverband van 38 uur gemiddeld per week. In het geval van een deeltijd dienstverband en in het geval van een gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van meer dan 38 uur op grond van artikel 17 van deze cao wordt het aantal vakantie uren naar rato vastgesteld. Voor werknemers die geen contractueel vastgesteld aantal uren werken (min-max, oproep), wordt in overeenstemming met bovenstaande per gewerkt uur 13,48 % opbouw vakantie-uren gereserveerd.ie voor een uitleg bijlage 11.
  3. Werknemer verwerft (conform artikel 7:635 BW) vakantieaanspraken over het tijdvak, gedurende hetwelk hij geen recht op in geld vastgesteld salaris heeft omdat:
    1. hij vakantie geniet op grond van aanspraken bij de oude werkgever;
    2. hij met toestemming van werkgever, deelneemt aan een bijeenkomst die wordt georganiseerd door een vakvereniging waarvan hij lid is;
    3. hij door de FNV-KIEM als kaderlid bij de werkgever is aangesteld en hij daarom recht heeft op drie betaalde verlofdagen per jaar, mits deze aantoonbaar gebruikt worden voor het bijwonen van vakbondsoverleg;
    4. hij anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid, tegen zijn wil niet in staat is om de overeengekomen arbeid te verrichten;
    5. hij politiek verlof geniet.
  4. De vrouwelijke werknemer verwerft vakantieaanspraken over het tijdvak waarop zij recht heeft op ziekengeld in verband met haar zwangerschap (zie artikel 46 voor meer bepalingen die betrekking hebben op o.a. zwangerschap).
  5. Bij ziekte verwerft werknemer vakantieaanspraken over de volledige periode waarin werknemer arbeidsongeschikt is wegens ziekte, ongeacht of hij aanspraak heeft op salaris.
  6. Werknemer verwerft bij arbeidsongeschiktheid geen aanspraken op vakantierechten als:
    1. de arbeidsongeschiktheid is ontstaan door de opzet van werknemer;
    2. gedurende de tijd dat werknemer door zijn toedoen zijn genezing belemmert, dan wel vertraagt;
    3. gedurende de tijd dat werknemer daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid voor werkgever of voor een door werkgever met toestemming van het UWV aangewezen derde, waartoe werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet verricht.
  7. Werknemer verwerft geen aanspraak op vakantie over de tijd, waarover hij wegens het niet verrichten van de bedongen arbeid geen aanspraak op schaalsalaris heeft.
2015-02-24T16:48:21+00:00